postvirtual

Een stem van over de bergen

In Sol on 2 juli 2011 at 04:52

Mensen,

Ons Parlement is voor de gelegenheid verhuisd van het glazen metrostation naar de andere kant van de Westerfontein. Witgrijze stukken tape begrenzen de ‘banken’ en de gangpaden. De parlementaire zetels zijn geplaatst met dank aan het PIP, het Permanente Informatie Punt. Ze bestaan ​​uit één enkel stuk karton, en ze dienen het praktische doel om je achterste te beschermen tegen de geconcentreerde hitte van de stenen na een lange dag van blootstelling aan de Madrileense zomerzon.

Het is de tweede dag van de State of the Union.

De scherpe scheidslijn tussen de meerderheid van het parlement en de oppositie is de lijn van de schaduw. Als de eerste spreker, een professor uit de wijk Arganzuela, de microfoon neemt, heeft de zon een absolute meerderheid. De mensen staan ​​aan de kant. Kennelijk is er echt iets aan het veranderen in Spanje, want het is zeven uur, en zonder dat er een goede reden voor is, begint men precies op tijd.

Het halve maan van het parlement is een zonnewijzer. Terwijl onze kameraad spreker spreekt, kruipt de schaduw vooruit. In haar spoor nemen de mensen plaats op hun kartonnen zetels. Ze luisteren aandachtig, en af en toe zwaaien ze met hun handen om blijk te geven van hun goedkeuring. Als de spreker uitgesproken is, heeft de zon zich teruggetrokken. De schaduw heeft het parlement gevuld, en de mensen staan er aan alle kanten omheen.

De professor heeft het over Griekenland. Hij zegt dat democratie is gebaseerd op debat. Op de confrontatie van ideeën, de overweging van alternatieven. Het vergt tijd en geduld, de bereidheid om te luisteren en om toe te geven dat iemand anders betere ideeën zou kunnen hebben dan die van jou.

En dan heb je daar ineens die mensen in pak aan boord van hun dikke donkere auto’s met wapperende vlaggetjes. En ze zeggen: Je bent blut. Maar maak je geen zorgen, we zijn bereid om je te redden. Allereerst verkoop je ons alles wat je hebt. Spoorwegen, havens, post-, telefoon- en elektriciteitsbedrijven, je volledige infrastructuur, alles dat van nut kan zijn. De rest mag je dumpen. Verder zal je je eigen mensen moeten laten bloeden voor de puinhoop die we hebben achtergelaten. Waag het niet om aan onze overzeese tegoeden te komen. Het is een aanbod dat je niet kunt weigeren, want als je dat wel doet, dan… de Apocalyps.
Je kan het verwoorden zoals je wilt, maar het blijft obsceen dat je iets dat hier ook maar enigszins op lijkt kan voorstellen, niet aan een staat of een overheid, maar aan een volk.

En hoe is het mogelijk dat een ander handjevol mensen het recht heeft om deze verstrekkende beslissing te bezegelen zonder eerst een diepgaand debat met de burgers aan te gaan en een brede consensus te smeden? Dit, concludeert onze spreker, is niet zoals democratie bedoeld is.

Kameraden, mijn moeder is hier! Ik ben overgelukkig. Ze zegt al jaren dat mijn generatie alle redenen van de wereld heeft om in opstand te komen. “Net als wij, in ’68! Waar wachten jullie nog op? Waar hebben we gefaald in jullie opvoeding?”

Ik kon het niet helpen om het toch een beetje persoonlijk op te nemen. Gelukkig heb ik nog steeds de leeftijd waarop ik op onstuimige wijze revolutie kan voeren, dus ik was blij om haar te laten zien dat ze mijn generatie uiteindelijk toch niet zo goed had ingeschat.

Helaas kan ik maar weinig tijd met haar doorbrengen. Iedere dag volgen verplichtingen, vergaderingen, en andere gelegenheden elkaar op tot diep in de nacht. Vandaag was ik bij de radio, met mijn kameraad Irene. We hielden een interview met twee revolutionairen uit IJsland. Een filmmaker en de voorzitter van de vereniging van debiteuren. Ze kwamen uitleggen hoe de situatie nu is in dat dappere kleine land. De revolutie loopt er het gevaar om te stagneren. Het werk aan de grondwet van de burgers gaat gestaag voort, maar de nieuwe regering laat zijn oren gevaarlijk veel wapperen naar het economische establishment. Onze noordse kameraden legden de nadruk op de noodzaak van internationale mobilisatie en het delen van ervaringen. De revolutie heeft een lange weg te gaan, en we mogen onze tegenstander nooit onderschatten.

Er zijn nog geen drie maanden verstreken sinds ik in Spanje aankwam, en ik voel me niet op mijn gemak om Spaans te spreken voor de radio. Een taal leren is net als leren lopen. Maar lopen is één ding, het is heel iets anders om te kunnen dansen.

Het volgende deel van het programma gaat over de marsen. Ik ben werkelijk tevreden. Dit is wat ik wilde, een rechtstreeks verslag van de mensen die honderden kilometers lopen om naar Sol te komen. En met dank aan kameraad Irene is het werkelijkheid geworden. De technicus neemt de telefoon op, hij verbindt ons door. Van diep uit onze hoofdtelefoons komt een stem. Het is Cristóbal, één van de mensen die uit Coruña komen marcheren.

¡Hola Columna Noroeste! ¿Qué tal?

Ze voelen zich prima, moe maar voldaan, het was een lekkere dagmars geweest. Jonge Woudlopers-praat. Ze zijn op 1300 meter. Ze zijn bezig de bergen van León te bestijgen om zo de hoogvlakte van het Oude Castilië te bereiken, onder de brandende zon.

Bij het luisteren naar een stem van zo ver weg, de stem van één van die helden, kan ik niet anders dan versteld staan ​​van de technologie. Hier zijn we, we hebben direct contact, en we sturen deze stem naar alle vier de hoeken van de aarde. Of er mensen naar luisteren is een ander verhaal, maar dat maakt het niet minder wonderbaarlijk.

Oscar

P.S. Onze radio zit op http://madrid.tomalaplaza.net/directo-radio/. Tune in at night.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: