postvirtual

De Oude Klok

In Sol on 1 juni 2011 at 16:22

Een plotselinge windvlaag scheurt het tentzeil boven ons open en  ineens verschijnt daar, pontificaal, de klok van Puerta del Sol. Het is vijf uur in de ochtend. We zitten met zes kameraden rond de staftafel van Communicatie te discussiëren over Recht en Revolutie. Een Spanjaard, een Baskische, een Siciliaan, ondergetekende, en Mehmet, onze kameraad uit Istanbul, een 22-jarige anarchistische geschiedenisstudent die het qua uiterlijk midden houdt tussen Bakoenin en een Turkse sultan.
Dit zijn de dagen, mensen. Dit zijn de dagen die we ons allemaal zullen herinneren, waar we over zullen vertellen. “Met democratie is het net als met geschiedenis,” zegt Mehmet, “je kan niet weten wat het is totdat je het meemaakt.”
Eerder op de avond kwamen hier de berichten binnen uit Griekenland. De omsingeling van het parlement door 50.000 mensen. Jullie weten er waarschijnlijk niks van af, maar dat wil niet zeggen dat het niet gebeurd is. We krijgen beelden live in streaming via internet. We staan onder aan de sokkel van het ruiterstandbeeld bij de megafoon. We kijken naar de plaatjes, naar die woedende zee met mensen.
“En als wij nu ook naar het parlement trokken?” zegt iemand. We kijken elkaar aan. Er hangt iets in de lucht. Er is iets dat ons bindt. We hebben het gevoel dat alles mogelijk is. “Laten we redelijk zijn,” zegt iemand, “het moment is nog niet gekomen. Tot nu toe heeft onze beweging zich onderscheiden door haar voorbeeldige organisatie. We moeten ons niet mee laten voeren door ons enthousiasme. Discipline, kameraden. We staan nog maar aan het begin.”
Niemand van ons heeft echt zin of tijd om te slapen. Het is alsof we elk moment van deze dagen willen beleven. We willen over alles discussiëren, niet meer in theorie, zo van ‘de wereld zou eigenlijk zo en zo moeten zijn,’ maar in de praktijk, ‘wat gaan we ervan maken van onze wereld?’
Het is een eindeloze serie van impressies en emoties. Ik zit in de vroege koude ochtend aan de tafel van Communicatie mijn vertaling te maken als we bezoek krijgen van een hele oude mevrouw. Ze schuifelt bij ons naar binnen en ze wordt liefdevol door onze kameraden omringd. De hoofdkok van Alimentatie I, een ruige zeebonk die nog het meeste weg heeft van kapitein Wal Rus uit de Bommel verhalen, fluistert me toe: “Ze is meer dan honderd jaar oud. Iemand is een boek aan het schrijven over haar herinneringen. De hele Spaanse geschiedenis van voor de burgeroorlog in de jaren dertig, tot hier en nu op Puerta del Sol.” Ze hebben haar laatstelijk ongevraagd overgeplaatst in een ander tehuis, en nu is ze hier, solidair met de nieuwe generatie. Ze heeft zich aangemeld als vrijwilliger voor de gaarkeuken.
Ze is nog nauwelijks weg of er staat een journaliste van de Duitse editie van de Financial Times voor me. Ze wil alles weten, hoe ons dorp functioneert, hoe de assembleeën en de werkgroepen functioneren, hoe we ons verhouden met de andere protesten. Ik leg het haar allemaal keurig uit, ik vertel wat er in Parijs aan de hand is en in Griekenland, ik vertel dat we hier het woord ‘democratie’ zijn originele betekenis teruggegeven hebben. Ze is verwonderd. “Maar wat is nu jullie politieke agenda?” Ik zeg dat alles nog bezig is vorm te krijgen. We zijn geen protestbeweging die wil dat politici een serie eisen inwilligen. We willen dat politici plaats maken. Ze hebben gefaald. En nu is het aan ons. “En wat willen jullie dan bereiken?”
“We want to change society.”
Ik hoop dat het aankomt, in de directiekantoren van de hoge heren.

Bij onze buren van Interne Communicatie klint er applaus, ik kijk om. Daar heb je de postbode. Brieven die geadresseerd zijn aan Acampada Sol, Madrid, komen keurig aan. Ze worden opengemaakt bij ‘Documentatie’, het geheugen van onze beweging. Er zitten twee brieven uit het buitenland bij. Eentje van de Universiteit van Cambridge van iemand die ons aanmoedigt om door te gaan, aan de hand van een aantal nauwkeurig uitgekozen strips. ‘Asterix en de Noormannen’, twee plaatjes met de moraal van het (geweldige) verhaal: “Denk je dat de Noormannen er goed aan gedaan hebben om uit te vinden wat angst is, Panoramix?” “Natuurlijk, Asterix. De echte grote krijger is niet degene die geen angst heeft, maar degene die zijn angst weet te beheersen.”
De andere brief komt uit Holland. Iemand uit Venlo stuurt ons een bekend Spaans gedicht. Ode aan de klok van Puerta del Sol.
De dichter bezingt de klok in het hart van de hoofdstad die elk jaar als opperrechter van de tijd het nieuwe jaar aanduidt terwijl de Spanjaarden traditioneel een druif verorberen voor elk van de twaalf klokslagen van de middernacht. Oh klok, jij die de uren en de dagen van hele generaties Spanjaarden hebt afgeteld, geduldig en overbiddelijk, heb je nou nooit een moment gehad waarop jouw oude mechanische hart luider had willen kloppen, een moment van vreugde omdat de ordinaire dagelijksheid op dit plein doorbroken werd?
Ja, zegt de klok. Toen we de Fransen uit ons vaderland verjaagd hadden en Spanje weer vrij was hadden mijn raderen het uit willen schreeuwen van vreugde! Maar daarna… hoeveel grauwe middelmatigheid heb ik niet voorbij zijn komen! Hoeveel levens heb ik niet afgeteld die zonder spoor weer zijn verdwenen? Ik weet het niet meer, alles vervloeit in mijn geheugen terwijl ik iedere dag plichtgetrouw maar zonder enige illusie mijn ronde maak.

Ik kijk omhoog naar de klok van Puerta del Sol in de ochtendschemering. En ik stel me voor dat zijn oude hart onder die grijze wijzerplaten deze dagen van vreugde net iets luider aan het kloppen is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: